Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
173 LOÏJK OP HAAR'S VADKIl« TKOJ^ARE» •
Vrolijk rijst ze , en wisfht het oog
Met den 'blanken vinger droog ;
Werpt den blik nog even buiten,
Luistert even nog naar 't lluiten
Van de vlugge vleugelvlugt,
Spelemeijend door de lucht;
En verwijdert zich nu rapjes;
Dribbelt heen met zachte stapjes ,
Dat zij 't slotgezin niet wekk',
En bezoekt haar tooivertrek.
Met de lieve aanvalligheên
Hier vertrouwelijk alleen,
Deur en deurslot digtgesloten ,
Wordt de feestdos aangeschoten.
'En doorslingerd met granaten,
En met rozengeur bespat,
En, in schildpad zaamgevat.
Hier, in strengen opgebonden.
Sierlijk om de kruin gewonden,
Daar , de slapen langs gelegd «
En in krullen vastgehecht.
Wat al vatjes, wat al neepjes !
Wat al schilderschoone greepjes!
Wat al zetjes, hier en daar,
Om den boezem , in het hair!
Wat al flikjes , Avat al kwikjes!
Wat al lieve tooverblikjes.
De oogen vlu^jes uitgestraald.
Door het spiegelglas herhaald!
Wat een rapheid in die handjes!
Wat een blankheid op die tandjes l
Hoe bevallig al die standjes.
Al die wendingjes , zoo snel, —
Heel dit zoet gebaardenspel 1
Zedig deurtje, spring nu los I
Lotje naakt in hoogtijdsdos ;
Laat haar naar beneden glippen ,
W'ant zij gaat met Avang en lippen
Twisten om de bovenkeur
Met der rozen frissche kleur I
Ryk» bloemhof, spil haar geur!