Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lotjk op haam *8 vaders verjaarda». 271
Zilverscheemrig uit de weiden ,
Waar allengs zich onderscheiden
Grazend rund en dravend ros.
Warrend uit den nevel los.
Zanggezinde melkerinnen
AVippen *t Aveihek lustig binnen,
En ontlasten van zijn vracht
't Zuivelbeestje, dat haar Avacht,
Radde bouwman had al vroeger
Weèr zijn' schimmelgrijzen ploeger.
Door het vochtig klaverveld ,
Hijgend, ZAyeetend, nagesneld;
En, op dezQ jagt geslepen,
In de manen vastgegrepen,
En een lijntje« aangehecht,
En het ploegtuig opgelegd.
Nu, zijn' pligf getrouw en makker.
Zwoegt het door den taaijen akker
't Kluitenklievend kouter voort,
J^assend op zijns meesters Avoord.
Langs ditf levend landtooneel,
Laat, van 't ouderlijk kasteel ,
*t Lieve Lotje de oogen dwalen ,
En begroet de morgenstralen
Van den schoonsten lentedag.
Met een' engelreinen lach.
Biddend , op de knie gebogen,
Stroomt haar dank uit vochtige oogen
En van teedre lippen af,
Voor 't geluk dat God haar gaf.
Als het dierst Avat zij mogt smeeken:
Want rtu ife de nacht geweken,
Die den feestdag heeft gebaard,
Waar haar Vader op verjaart!
O Die klankjes, zacht gestameld ,
Worden, haai^ ter eer , verzameld
Door de onzigtbare engleiiwacht,
En naar hooger spheer gebragt,
En gevallig opgeteekend,
En met rente eens toegerekend,
En vergolden en beloond,
Waar 3« Hooge RigUr troont.