Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
BIJ het xaderen van den winter. wfl
Ja, zweep de orkaan m^n woning rond ;
Scheur eik en olmboom uit deu grond ,
In splinters afgebroken :
'k Zal , u ten dank, dien rijken roof.
Voor 't huilen van uw stormen doof,
Op 't gastvrij haardvuur stoken.
Of waant ge ons, als de strenge vorst
Den grood verstaalt, de vloeden schorst,
In kerkers op te sluiten?
AVij schieten de ijzren vleuglen aan ;
En zelfs uav spiegelgladde baan
liokt oud en jong naar buiten.
Voert ons de zomer Avijd uit een
En mijmrend door zijn Velden heen.
Als van 't heelal vergeten:
Verecnigd onder scherts en lach ,
Wordt de avond van den Avinterdag
lu luide vrengd gesleten.
Dan voel ik , dan om hart en hand
Den Aveèr vernieuAvden vriendschapsband
Te vaster zamenstrikken.
Dan sluipt de rust mijn woning in ;
Dan smaak ik bij mijn zoet gezin
De zaligste oogenblikken.
o Dan, als dan mijn hart beseft
AVat zoo veel duizend andren treft,
In nood en rouw verzonken:
Dan roert mij Gods weldadig doel ;
En de aalmoes wordt met meer gevoel
Eu milder hand geschonken.
A. C. SCHENK.