Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lOi
DE BURGERSTAND.
FRAGMENT.
O Burgerstand I uw lof dreef blinkende om dees stranden ,
Toen RUITER met de vloot uws vijands aan kwam landen.
Zijn ridderband was ook een eermerk voor uw borst,
En gij trokt met hem op , ter hulp van Spanjes vorst-
Juich , juich! verhef uw kruin , ten spijt der trotsche grooten ,
De ruiter, 's werelds roem, is uit uw' kring ontsj)roten.
c. loots.
BIJ HET NADEREN VAN DEN WINTER.
Wat spreidt ge, in uw ontembre vlugt.
Uw vleuglen uit door 't ruim der lucht,
Gij donkre najaarsstormen?
Wat koomt ge ons met verwoede hand ,
O Winter! 't uitgeplonderd land
Tot barre hei misvormen?
Vergeefs ! — Hoe norsch uw stroef gelaat,
Hoe doodsch uw dreigende aanblik staat;
Hoe wild uw wolken iagen:
Uw komst verschrikt mijn' boezem niet.
Wat geef ik om uw zwart verschiet —
Uw opgezweepte vlagen!
Beproef vrij op mijn needrig dak,
Mijn arm verblijf, hoe krauk en zwak,
ijw teisterende roede:
Voor 't snerpen van de kou beschut,
Ontschuil ik in mijn lage hut
Uw magteJooze woede.