Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
165
HET SCHOOIS DEU DEUGD.
Gelukkig hij, wiens hart, nog teer en ligt bewogen ,
Zich door het schoon der deugd van zelv' voelt aangetogen,
Die, vroeg reeds door haar rust en stil geluk bekoord,
Geen' donderslag behoeft, waar hij haar spreken hoort!
Hoe bloeijend zal zijn jeugd, hoe rijp zijn grijsheid wezen!
Hij heeft geen slangenbeet van 't naberouw te vreezen.
Zijn leven was een dag vol lieven zonneschijn;
De dood zal hem een' nacht vol zoete ruste zijn,
O Stervling, wie gij zijtl uw kort verblijf op aarde
Is voor uw' eedlen pee.st van onbesefbre waarde;
Geen enkel oogenblik vlugt ongewroken heen.
't Behoudt zijn' invloed ,'waar het lang voor ons verdwacH.
God heeft aan elke daad haar wis gevolg beschoren.
Niets was in 't groot heelal ooit doelloos of verloren.
O Woeker met uw jeugd , waar u de jeugd nog vleit.
Zaai, als de zon nog stooft, gij zaait voor de eeuwiï?heid !
Wat valsche flikkring hier onze oog-en moog'verblinden,
Slechts op den weg der deugd is 't waar geluk te vindea-.
Wie hier het volle wit van zijn bestemming raakt,
Heeft, aan het eind' des togts, het meeste heil gesmaakt.
ÏÏET LANDLEVEN.
O Veld , O zalig erf ran 't vroege voorgeslacht!
Wijk, waar de stervling rust, na zoo veel onrust, wacht I
Verblijf, waar de onschuld woont, de trouw het langst ver-
(keerde ,
Verheven deugd zich vormde en vrolijk de aarde ontbeerde!
W^aar echte oorspronklijkheid en grootheid *t liefst ontsproot,
Kn reine menschneid door alle eeuwen heil genoot 1
Wat aantal eedlen, voor den roem huns volks geboren,
Kon, meer dan roem en' glans , uw stil genot bekoren.
Een Cincinnalua , door uw zoete rust gevleid,
Ontweek 't gebied der aard' voor uw vergetenheid ;
Bekoord door uw geluk, kon hij den roem ontberen ,
En vrolijk tot zijn ploeg «n akkers wederkeeren;
Een eedie Curhix y eens met uw heil voldaan.
Het aangeboden goud van koningen versmaan;
Een ScipiOf de ziel van Romes oorlogsbenden,
Zijn leven, vol van roem, in stille grootheid endon.
1/iternum zag den held, die Hannibal verwon,
Kh wien een'^vaderland, ten ltM>n, miskennen kon, ' *