Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
IC^ RR HOnFDtaR BOER.
Hifr de Man. Zijn'aanspraak had
De luidies bij hun zwak gevat.
Het stuk kwam ernstig op 't tapijt;
En wat men hoorde, wijd en zijd,
Was, viermaal dertig dagen Jank ,
Slechts palen, balken, rib en plank;
En, driemaal dertig andermaal ,
Slechts planken, ribben, balk en paal!
Ja , 't scheen , zoo ver de Kerkel vloeit,
Zou ieder boord met hout beschoeid;
Of dat een reuzenzoldering
Den ganschen stroom verdekken ging.
Doch, met Aprilmaands lesten dag.
Moest blind zijn , die de brug niet zag!
Nog blinder, dié met Julij kwam,
En niets van 't groen portaal vernam;
ïer dankbetoonende onerand,
Door 't Maagdengild daarop geplant!
*t Had reden! want, hóe kerksch men was,
De vlierpot bleef nu in de kas ;
Kalmink noch sergie liep gevaar.
En schoenloos werd geen wandelaar.
Zoo groeide een wijsgegeven raad
Ten milden oogst van zegenzaad !
En toch, dat werk, met roem bedekt,
Had Scholte stl'gginks gal gewekt!
Daar kwam hij ! Zonder ba of boe;
Gelaarsd , tot aan de heupen toe;
tien knubbelstok in iedre hand ,
Kwam onze i^aai, en stak van land ,
Zoo vaak de preekklok werd gehoord ,
De brug bezijden, in de voord'
Het vroegre kerkvolk , droog daarnaast.
Was van dit vreemd bedrijf verbaasd,
En 't vragen keek uit elk gezigt;
Doch ieder hield zich Av^slijk oigt;
De troep kwam later op het pad ,
Daar Scholte (*) stïiggink praat voor had:
Zijn makkers, uit den gulden tijd.
Dien vlieger, tol en bal verblijdt.
(*) Oudfl eertitel aan sommige landhoeven in het Zut^
phensche gehecht.