Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
160 bedevaart naar de graven enz.
Maar zouden we angstig en bevreesd
,Keeds siddren voor dien stond?
Neen, rustig 't nadrend lot verwacht.
Niet altijd duurt de wereldnacht,
Eens daagt de morgenstond»
c. p. e. roeide van der aa,
DE HOOFDIGE BOEK.
sene zutphensche vertelling.
Elk weet, Waar 't Almensch kerkje staat.
En kent de laan, die derwaarts gaat.
Een duiker perst daar, onder 't spoor.
Zijn schuim tot in de Berkel door :
Ai golft rondom de wintervloed,
Men komt ter preek met droogen voet.
Eens was het anders hier ter steè ,
Wanneer een voord (*) den weg doorsneê ,
En 't brugje, naast die voord geleid,
Den smaad droeg van zijn nieuwigheid.
Ik vond een boek, dat meldt daarvan ,
Wat volgea moet, zoo 't rijmen kan.
De voord , dan meer dan minder diep ,
Naar sloot en scheigrep stond of liep ,
Was Almens gansche tempelschaar.
Vooral de meisjes, tot bezwaar.
Met schade aan dure feestkleedij
Kwam menig aardig kind niet vrij I
(*) Waadbare piaatt.