Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
OVZFR KINnERKX«
Al lirelt cIp tijd Toor 't oog de wond,
Die 't kiiider^terfbed slaat;
Al klaagt niet iuid der oudren mond.
Als 't lijkje grafwaarts gaatj
Al zwijgen 'zij. in Gods bestel.
En morren niet om 't leed.
Het kind, hun van het hart gescheurd.
Wordt heel hun leven door betreurd,
gehoon de aai'de 't ras vergeet^
Zien wij, geJiefde! op 't stille graf,
Met tranen in het oog;
Bepeinzen AviJ, wat God ons gaf,
\Vat God ons we^r onttoog;
Dan blinkt toch door die duistre wolk
Een heldre JichtRtraal heen;
Dan zeggen wij bij 't grievend wee:
Ons Jiet zijn vadergunst nog twee.
Aan andren zelfs niet één.
En nu, kom gaan wijl Vaart, vaartwel,
o Graven van ous kroost!,..
Berusten wij in Gods bestel.
En zijn we ons lot getroost;
Niet hier is langer uwe plaats ,
Hier bij deze aarden kluis;
Op 't nunlijk tweetal, dat ons rest.
Zij dubbel de ouderzorg gevest.
Kom, spoeden we ons naar huis l
Daar roepen vaderzorgen mij,
U, heiige moederpligt:
Hoe zwaar die taak voor andren zij,
De liefde maakt ze ons ligt.
Die liefde geve ons nieuwen moed,
Zoo kweeken w\j 't gezin
(Dat Godes g-unst ons overliet,
En hoop geeft op een blij verschiet)
Met teedre zorg en min.
Wij weten niet wat banj^ smart
Óns nog hanfft over 't hoofd;
Vt'elligt wordt van ons onderhart.
Wat ons nog rest, geroofd j
159