Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
157
MIDDEL TOT GELUK.
Voeg goede Tronw bij Werkzaamheid,
Welleveiulheid bij Deugd ;
Wees spoedig tot elks Hulp bereid ;
Paar Zedigheid met Vreugd ;
Beschouw de inensciien niet te Zwart ;
Maar ook niet al te Wit;
Doorzoek altoos uw ei^en][hart,
Eer gij op and'ren vit;
Dat nooit, door Wederwaardigheen,
Uw Kalmte gansch verdwijn';
Wees met een Matig Deel té vreèn.
Gij zult Gelukkig zijn.
jan van walrk.
BEDEVAART
naar
DE GRAVEN ONZER KINDEREN.
K om, lieve gü! verlaat de stad ,
Al Avanklen uwe schreèn ,
En gaan wij zaam, langs 't eenzaam pad,
Naar 't stille Huizum heen.
Daar, waar zich gindsche torenspits
Uit hoog geboomte beurt,
Daar ligt die akker van den dood ,
Die 't al bevat in zijnen schoot,
Wat onze ziel betreurt.
Kom, trekken wij ter beevaart heew
Naar dien gewijden grond.
Waar vroeg en spa reeds menigeen
Zijn laatste rustplaats vond;