Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
156 ' pieter corneliszoon kookt.
Geen er.kle heldendaad, door zijne pen beschreven,
Of ze is vol handeling-, vol vuur, vol kracht en leven;
Ja, slaan wij Seèrlands jaai boek op,
Dan dcet ons Hooft voor de eer van onzevaadren gloeijen:
AVij zien hunn' heldenmoed , bij 't dreigend onheil, groeijen,
En onze eerbiednis rijst ten top
Bij 't zien vertrappen hunner boeijen,
'Als zij , met vuurgen harteklop ,
Nooit laag, noch vleijend kruipend , smeeken ,
Maar waardig, manlijk, onbezAveken ,
A'oor Ne.'rlands regt en vrijheid spreken,
En Spanjes ijzren schepter'breken ;
Ja, moede van uitheemsch geweld,
Hem vloeken, die in 't eedverkrachten glorie stelt.
Dan zien we een heldenteelt, grootmoedig en regtschapen,
"Wier adel ligt in 't bloed , Avier taal hun strekt tot wapen j
Dan zien Avij d'ouden roem in volle zegepraal;
Dun huidigeu Avij Hooft en Hollands schoone taal....
Dat Griekenland dan vrij op zijn vernuften roeme;
ïhucydides als zin- en spreukvol schrijver noemej
Dat Home Cesar eer' of zijn' Sallustius:
Hooft, even krachtig, stout, is Neêrlands Tacitus,
Hij, Avien dan beuzeltooi en opschik mag bekoren;
Die liever vreemden roem dan eigen roem wil hooren;
■\Vie steeds de spranken gouds bij andre volken zoek'.
Hij blooz', en (»pen' nooit des Lands historieboek!
Voor hem is 't ijdel AA^at zijn pen ooit heeft beschreven:
Voor hem zijn liooft's geschrift en zanden zonder leven;
Hem treft het Avare schoon — hem het verheevne niet:
Zijn ziel blijft koud bij 't roerendst lied.
Maar luid zal *t nakroost toch van Hooft's geleerdheid spreken:
Vrij sier' hem 't schittrend ridderteeken :
*t Is om geen' ordeband, die om zijn schouders praalt.
Noch om den weidschen lof, door vorsten hem betaald,
Dat hem het nageslacht blijft loven:
Zijn eigen Avaarde alleen schenkt hem een eerekroon.
Wier glans geen lot, geen nijd zal dooven; —
Wal tijdgeest dan den roem van groote mannen hoon'.
Elk zal AAat Hooft ooit schreef, verrukt, beAvondrend, lezen
Zoolang nog Hollands taal ons volk zal heilig wezen.
j. van harderatijk, rz.