Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
uk inneming van pen b ri e 153
Neen, dat niet lijdt het Xeorlandsch hart,
Dat brandt ons op 't gemoed:
Kom voer ons Hollands havens in,
Dat daar ons zwaard Enkhuizen winn',
Of storten we er ons bloed V*
En straks daar steekt de vloot van wal,
De oranjevaan in top ;
En ziet daar voert de wind haar meè ,
Maar drijft haar ver van Texels reê,
Den mond des Maasstrooms op«
Daar , op de Zuiderlip des strooms ,
IVigt de eerbiedwaarde Briel;
't Was daar, dat eerst de vrijheid blonk ,
Het eerste Oranje-Uve I klonk ,
Des dwinglands grootheid viel,
» Geeft op de stad voor Spanjes vorst! •
Dat u geen vrees bedwing' ;
Hij , die het zwaard der vrijheid draagt,
Prins Willem is het, die 't u vraagt,
Ziet Treslongs zegelring,*'
Dus spreekt tot Brielies breeden Raad
Des Graven afgezant:
V Bedenkt! werpt af de slavernij!
Of weigert ge ; — straks stappen wij
Met vuur en zwaard aan land."
En tweemaal sloeg do torenklok ,
En geen bestheid verscheen;
't Beraad was uit: de Geus aan land;
En, zwaard en moker in de hand ,
Jjoopt elk naar 't bolwerk heen.
En bons! daar ging het slag op slag ,
F^n dondrend klonk het rond ;
Maar hecht en vast stond poort en muur ; —
poch spoedig viel door 't knappend vuur.
Wat nog 't geweld weèrstoud*