Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
DE BEDAARDE STAATSMAN.
Terwijl de Staatsman just , met ingespannen zinnen,
De rampen overdacht, van 't lijdend Vaderland ,
Stoof GRiKï, dekreuple meid, verschrikt, zijn schrijfcel binnen.
En gilde: ach, meester! help! de keuken staat in brand I
Gij kunt, was 't koel bescheid, mijn vrouw dit kenbaar maken;
Ik steek mij niet in keukenzaken*
j. immerzeel, junior,
d E
INNEMING
VAN DEN
B R I E L.
Ween dat niet, neen! riep dappre Rgk,
Ik stroopen langs de zee!
Neen , wie als ik de vrijheid mint.
Als jk , op Neêrlands welzijn zint,
Ga naar den Vlootvoogd meê.
Fluks gaat hij heen naar graaf Tjumey,
En zegt; » Hier staan we, Heer !
Hier staan we; Neêrlands klopt ons 't hart.
En waar ge nood en dood ook tart.
Ziet ge ieder onzer weir.
Waar 't doet ons wee dat Neêrlands grond
Verdronken ligt in bloed ,
Dat, wijl wij schuimen langs het nat,
Het monster, op zijn krachten prat,
Paar immer wfeeder woedt»