Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
bij het afstkrven van e, a. borger. 151
AU Orton mögt hij schenen,
Fionkreiide aaii het stargftjvelf;
Moest voor ons zijn ïlcht verdwynen ,
't Is onsterflijk als hij-zelf:
Ook de zon, die 't Oo^ doet blinken,
Kn met goud en purper tooit,
Zien we in 't Westen nederzinken ,
Doch haar stralen »terven nooit.
Ja , wij danken, ja, wij prijzen
De eeuwge Bron van licht en gloed,
Die de zon uit liefde rijzen,
En uit liefde dalen doet;
Dift Ontelbre starrevonken
Schittren faat, en weer verdooft —
God , die rorokr heeft geschonken
EiU genomen, zij geloofd I
God! we aanbidden en gelooven!
Ja, 't is liefde Wat gI doet , '
Al het'goede komt van boven,
Wat van boven komt i» goed :
Zelfs het vlijmen van de smarte,
Maakte borger los van de aard ,
Meer gelouterd werd zijn harte.
Meer, o God, uw liefde waard.
Schoon w^ dan om borger rouwen ,
God! wij wenschen, naar uw woord.
Niet voor de aarde te behouAn
Wat den Hemel toebehoort;
Schoon hij de aarde en haar gewemel,
Schoon hij ons zoo vroeg verliet,
>\ ij misgunnen hem den Heniel,
En den Hemel d* Engel niet»
h. a. spanoaw«