Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
148 A A N' D E N R IJ N.
Ik heb mijn dochtertje opgegraven ,
Toen 't pleit der n»oeder \vas beslist.
En lei het in de ^roote kist
En aan de borst, die 't Avicht moest laven.
Dat nimmer laafnis noodig had:
Ik dacht, één huis behoort aan beiden;
"Wat God vereent, zal ik niet scheiden;
En sloot in de urn den dubblen schat.
Noem' hij deze aarde een hof van Eden,
Wie altijd mögt op rozen gaan:
Ik wensch' ^een' stap terug te treden
Op de afgelegde levensbaan.
Ik reken ieder' dag gewonnen ,
Met moeite en tranen doorgesloofd.
God dank , mij draaiden boven 't hoofd
Reeds meer dan vijf en dertig zonnen !
De tijd rolt, als dees bergstroom , vooi't.
Druk zacht mijn dooden , lijkgesteente l
En dek ook eerlang mijn gebeente,
Bij 't overschot, datinij behoort.
e. a. borger,
KIJ HET AFSTERVEN
van den h00gleer.4ar e. a. borger.
Xreur, treur, mijn vaderland! in leed en rouwe zinkend;
Een star van de eerste grootte aan uwen letterboog,
Met ongeleenden glans in zonnenluister blinkend.
Ging onder voor het sterflijk oog.
Ja, treur , en klaag , en schrei! De liefde, en lust, en hope,
X En kroon van zijn geslacht; de luister, roem en eer
Van 't roemrijk Leijden , van heel Neerland , van Europe , —
De groote borger is niet meerl