Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
A A N UKS K tJ N. M7
Ook ik heb onbewolkte dagen
Aan dezen oever doorgebragt.
En warm hoeft mij het hart
Hij 't levenslot liiij toegedacht.
Een'morgen grondg, een kleine woning ,
Verheerlijkt door de liefde en trouw ,
Was mij en mijne brave Vrouw
De lusthof van den rijkste» koninji^.
Als wi} , in 't kunsteloos prieel,
Of onder 't ruim der qtarredaken,
Van God en 't eeuwig leven spraken.
En dankten voor 't bescheiden deel.
En nu—ik kan mijn haren tellen.
Maar wie telt mijner tranen tal ?
Eer kefert de Rijn weer tot zjjn wellen ,
Eer ik den slag vergeten zal,
Diea slag , die mij ten tweedenmale
De kroqn deed vallen van het hoofd. —
'k Heb stefjds , mijn Qod I aan U geloofd ,
En zal , zoo Iqng ili ^dem hale ,
Mij sterken in uw vadertrouw,
Die nimmer plaagt uit lust tot plagen !
Maar toch , net valt mij zwaar , te dragen
Dien zwaren last van dubblen rouw 1
Te Katwijk , waar de zoute golven ,
I) Rijn! u w^ifhten jn haar' schoot.
Daar ligt in 't schrale zand bedolven
Mijn kostbaar offer aan den dood.
'k Wil tranen met uw waatren mengen ; .
Relast u met dien zilten vloed ;
De droeve zanger heeft geen' moed,
Die tranen op het graf te plengen
Der Gade , nooit genoeg beschreid. —
Gij, oude Rijn! wees gij mijn bode,
En voer ter rustplaats mijner Doode
De tolken m^juer menschlijkheid.
Groet ook het kind, welks lijkje de aarde
Reflid» had ontvangen in haar' schopt,
JEer r.ij) die mij dat lijkje baarde,
Voor 't levenslicht hare ongen aloot. ^
10 *