Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
I)K KKR.MIS DKH «ÜJ>EX.
Maar dat stond Juno gansth niet aan:
» Gij nioogt met dc oude Heeren
» Dan in een andre kamer gaan,
» En spelen naar begeeren;
w Maar met het jonge Godendom
» Breng ik den avond zoo niet om.
» Hoe komt het in uw zinnen?
» Wie heeft er immer van gehoord,
» Dat dus de tijd hier wordt vermoord?
» Foei! kaarten voor Godinnen!"
» Gij zijt dan ook een lasti» wijf,
« Al zijt g:e no.^ zoo schrander.
ander."
(Dewijl men niet getluisterd ,
Maar reedlijk hard gesproken had)
NieuAvsgierig door het sleutelgat ,
Van woord tot woord beluisterd.
» Papa! zoo ving de kleuter aan :
» Ik durf nnj wel flatteren ,
w Te raden wat er dient gedaan
» Om ieder te amuseren,
)» Geef maar een Kermis op het feest;
i> Die is hier toch nog nooit geweest,
« En zal hun vast behagen.
» Men lioom dan vrij reeds 's ochtends vroeg,
» Een elk rindt pret en werk .«cfri'^eg
» Tot Febe moet ten wagen."
ï> Wet mi! dat's goed." zei toen Jup^jn.
Ook Juno was tevreden,
En sprak:» Kom aan , *t zal kermis zijn,
ö Maar liefst dan toch beneden,
5» In 't midden van de boerenjeugd;
» Die moog dan deelen in de vreugd;
» Want zoo wij hier de kramen,
» Zoo berghoog, plaatsen boven de aard',
» Ik wed dat, voor de klim vervaard,
» D« rapstcn zelfs niet kwa)««n."