Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
bespieoelix«, 145
Verzengend stak de 2on.
Geen koele beek of bron
Kood op zijn bogtig pad
Hem haar verkwikkend nat,
En pijnlijk neep de dorst
In de uitgedroogde borst.
Hij sleepte, traag en bang ,
Den voetstap uren lang
De slingersporen rond;
Eer hij een plekje vond ,
Dat de armen hem ontsloot,
En vocht en lommer bood.
Hier zijgt hij dankbaar neèr,
En.jirijgt den adem weêr,
En zamelt in de rust
Weêr verscne kracht en lust.
Een ander trekt voorby
In stille mijmerij,
Of kiest ook de eigen plek
Tot rustplaats en gesprek ;
Bedroeft hem door zgn klagt,
Of beurt hem op, en lacht,
En gaat als de eerste heen ,
En laat hem weêr alleen.
Intusschen jaagt en spoort;
De dag zijn rossen voort.
En hijgt, ook loom en moê ,
Zijn koele peluw toe.
Hij heft allengs van de aard'
De dampen hèmehvaart,
En roept van ver den nacht
Ter stille hemelwacht.
Nu trekt, in 't scheemrig graauW »
En badend door den dauw,
De wandlaar zachtkens voort
Naar 't hem vertoevend oord.
Juich , lijder , in uw leed !
Droog, opgeruimd, u 't zweet
Van 't gloeijend aangezigt.
Hoe ver de 'rustolaats ligt;
Hoe vele kronkelpaan
»CIC IV<UII>VCl|JCl<lll
Uw vget door moet gaau;
io