Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lii m. tui. mus cicrro.
Wie is hij, die dees heilmaar meldt;
Die 't eerst ter marktplaats henen snelt;
Daar, waar, voor weinig ban^e jaren,
Het dierbaarst hoofd hing aigelinot,
Door 't uitschot der geweldenaren
Zoo wreed mishandeld en bespot?
Hij is 't (regtvaardig zijn de Goón !)
Romeinen' 's grooten reednaars zoon;
Zijn bijlentros omslingren palmen !
Hl) spreekt, nu vangt uw feestlied aan,.,
*k Hoor reeds uw heuvlen blij weergalmen ,
y lö! de bloedschuld is voldaan 1"
U, Eedle schim! wijdt de aard' haar' dank!
Nog hooren wij uw' tooverklank I
o Neen! gij zijt niet weggevaren :
't Vernuft, dat romk's schutsgod was,
Bleef, eeuwen , om haar puinen waren ,
En waakt nog op haar stuivende asch.
Van daar gloeit, aan der kunsten trans,
Nog 't heerlijkst licht, naast reiner glans:
't Beschaafde Euroop baadt in die stralen.
Juich, LATiUM ! al viel uw kroon ;
Die kroon blijft op uw tombe pralen :
Arpinum's burger was uw zoon!
m. c. van hall.
BESPIEGELING.
T)e dag was brandend heet:
Het aanzigt baadde in zweet;
Aamechtig en vermoeid,
Den voet door 't zand verschroeid,
Ging in dit eenzaam oord
De wandlaar langzaam voort.