Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
M. T II L L I r S CICERO.
Juich nu , ANTOMt'S ! en spot!
Schep moed' de Imnd ligt afgeknot,
Waanneè uw gruwlen staan beschreven;
Die mond , wiens krachttaal gij ontvloodt;
Dat oog, wiens bliksem u deed beven: —
Vrees niets!... 't is alles koud en dood.
Verschriklijk schouwspel I zwijg, mijn luit!
Romeinen ! schreit uwe oogen uit;
Maar neen! gij tiert, langs n»arkt en strat«n ,
Den vadernioorder nog ter eer,
En knielt, van al de Goón verlaten,
Lafhartig, voor een monster neèr»
Beef, bastaardkroost! een Avraakgodin
Daagt op: reeds zwaait de Nijlvorstin ,
Van wellust zwijnilend op baar'"Zetel ,
De ontgloeide krijgstoorts u ter straf.
En eiscbt haar' laflen Boel , vermetel ,
't Romeinsch gebied als bruidschat af.
Verher», o blonde Tiber! 't hoofd:
De stau der aard', van kroon beroofd.
Zal siddrend voor haar' Drieman bukken:
Ci.eoi»atr\ verzelt zijn schre^*n!
Haar voet zal vesta's tempel drukken.
En 't heilig Capitool betreen I
"Weert, hooge Goden ï weert die schand'!
Dat eer, met bleekbestorven hand ,
C^.KüPATRA haar grafcel bouAve ;
Paleis en hofpraal zette in vlam I
o Dat zij fio?ne nooit aanscbouwe !
Verdelgt, verdelgt haar' trotschen stam!
Triomf! nog Avaakt een heldendrom ,
Eti veiligt NUMA's heilfgdom !
'k Zie ^ ACTiuM ! uw golven rooken ;
Uw strand , met schuldig bloed geverfd —
O Tui.lius ! gij zijt gewroken ; ^^
Uw moorder vliigt — hij vloekt en sterft.
HS