Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
rid DE DOODHRAVKH.
JVJaar toen hij heen zou treden ,
Daar doet iieui 't liart zoo zeer,
Daar trillen al zijn leden ,
Daar zijgt iiij dood ter neèr.
Daar stort hij met zijn spade
Den muilen zandhoop af,
£n sluimert naast zijn gade
£n naast zijn kind in 't graf.
JVrtar Seidel gevolgd, h. tolleks, cz.
BI. TÜLLÏÜS CICERO.
w ie daalt daar, met een' toorerstaf,
Arpinim 1 van uw bergen af,
Gelauwerd door de zanggodinnen?
>Vat Godheid gaat zijn schreden voor.
En wijst naar Holnes tempeltinnen
Den tieren jongling 't blinkend spoor?
Hij komt, 0 wereld-koningin !
Ten troost van uw verdrukt gezin,
Dat zucht bij ai uw zegetogten;
- Dat koningen voor zich geknield.
Maar, zelf vertrapt door wangedrochten ,
Der vaadren grootheid ziet vernield I
l'oorlang zijn Vrijheid , Regt en Deugd *
De glorie van uw heldendeugd,
Gevlugt van haar bevlekte altaren:
Ihv cATi» heeft geen vaderland ;
In burgerbloed staan de adelaren
Der BciPio's , onteerd , geplant.