Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
JAX DIK WEKXT EX JIV DIE LACHT. I33
Als ik, in plaats van mijn vervlogen sohnone dagen
Terug te Aveiischen of te klagen.
Zelfs Cléons eerste, teedre min.
De liefde van zijn engelin
Aanschouw met streelend welbehagen;
En de eedle vriendschap , welker gloed
Alleen de knoop, die nog mijn hart verbindt, mag heeten.
Mij zelfs met vuur genieten doet;
Ja mijne grijsheid gansch vergeten,
Dan komt nog de oudé gloed der vreugde voor den dag.
En — 'k lach.
Men moet bekennen, ja, zoo is het menschlijk leven:
Elk Iieeft zijn' Geest, door wien hij telkens wordt gedreven
VkUi vreugd tot kwelling en van kwelling tot vermaak:
Vijf Zinnen reeglen staag, mijns ondanks, mijnen smaak;
Ik weet, de mensch heeft zich uit godiijk deeg zien kneden;
Als geesten gaan wij eens verheerlijkt naar omhoog,
Al is de ziel zoo wat werktuiglijk hier beneden;
Natuur verandert ia ons oog.
En de allerdofste Heraklieter,
ïleeft hij zijn schaapjes op het droog.
Wordt met een' snap een Demokrieter.
JAX VAX WAMIJ^.
HET O N W E D E R.
D e dampkring gloeit, en veld en akker zwijgen;
Geen Zefir zweeft door 't spichtig oeverriet;
Het woud is stom, en in het loof der twijgen
Weergalmt der vooglen Avildzang niet.
De dampkring gloeit; het vuur der zonnestralen
Daalt schroeijend nei'r op kruid en plant:
Op 't hoog gebergte en in het diepst' der dalen ,
Verkwijnt het schoonst gebloemt' door heeten zonnebrand.