Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
130 krao!»!f\t tit het britp.xlevf n.
Is 't zijn gewapend hoofd , of wel zijn vlugge voet
In 't nijpende gevaar, dat hj^ betrouwen moet?
I^ang twijfplt hy: vergeefs! de vrees weegt eindlijk over:
Hy vliedt, hy ijlt, hy zweeft, en streeft d(K)r bosch , en lover,
En is op 't oogenblik den Jachtstoet uit 't gezicht.
Het ros , zijn meester thands, schiet als een bliksemschicht
Vooruit, en neemt zijn vlucht; zijn driftige berijder.
Hem hellende over 't houfd , speiirt altijd wijd- 'en wgder.
Hy vliegt door hegge en tuin, vereffent vore en grop ,
En de aard stuift onder hem in zwarte wolken op.
Het hert intusschen vliedt ; en de adem van de winden
Verraadt den brakken 't spoor om 't vluchtig dier te vinden.
Zij snuflïen 't, waar zijn stap in 't zand geteekend sta.
En volgen 't, uitgestrekt, met brandend snuiven, na.
Dan vloekt het bevend hert die onbetrouwbre voeten.
Wier trouweloiize liulp hy met den dood zal boeten 1
Vervolgd, gejaagd , omringd van schrikbare overmacht,
Denkt hy in't felst des noods aan vrienden en geslacht.
Eer trotsche boschmOnarch, nu ^luchtling en verlegen ,
Zoekt hy hun bijstand aan , en treedt hun si dd re ad tegen.
Rlaar ach 1 het baat hem niet, dat hy zijn voorhoofd bukt,
Of, vleiende, onder hen op *t veldgras iiederhuLt,
Om roemloos zich in 't woud den wissen dood te ontstelen:
Daar is geen hulp ! men vliedt, en vreest zijn lot te deelen.
Zoo vliedt een Hoveling zijn ongelukkig V^mst! —
IVu vlucht hy liijgend voort, met afgematte borst.....
En ijst , en 'stuift van daar, J5edacht op schrandre treken ,
Beproeft hy thands zijn spoor al springende af te breken.
Of schuift door 't rulle zand en wischt zijn voetstap uit.
Nu wendt hij schichtig om door 't dichtbewassen kruid ,
En laat een angstig oog dooe heel de verte weiden ,
Verwijdert zich, keert weer en overkruist de heiden;
En maakt voor die hem volgt een onherkenbaar spoor.
Somwijlen houdt hy stand; herhaalt zicli; sjiitst het oor;
Als 't naadrend moordmuzyk vaa hond en Jaagrenstemmen,
Van't dichte woud herhaald , zijn hijgend hart beklemmen.
NV zet hy 't weer op nieuw al siddrend op de vlucht,
Put list eu krachten uit; en alles, zonder vrucht.
Reeds zweeft de schrik des doods den vluchtling door zijne ade-
Elk' oogwenk ziet hy haar met dubbele ijzing naderen : (ren:
Hy voelt ze in 't kloppend hart met raadloos siddren slaan:
Hy blikt ze in eiken struik , in eiken heester, aan
Reeds, waant hy, v(»elt hy zich van achter' aangegrepen ;
En, mo^ van door 't geboomt' zich machtloos heen te sleepen.
Schiet hy van d'oever af, en werpt zich in den vliet,
Riaar 't afgerend« dm' ontvlucht zijn noodlot niet.