Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
de sr.ar bu nieijwpoort, l27
Wij volgen, volgen: — komt, Batauweren,
Kom , bloem van 't edelst volk der aard' ! —
Oogst hier een' schat van heiige lauweren.
En u en *t voorgeslacht volwaard! —
Aan land gestapt 1 — 'k Zie Nieuwpoorts kniinen)
Van uit de dellingen der duinen
Verhefl'en we ons! — Op 't brieschend ros
Schiet Maurits van de heuvelklingeu ,
Om dezen Kakus te bedwingen;
Den zoon gelijk des Dondergods.
Wij volgen, volgen. — Wie zal wqken.
Door Maiirits, pligt en de eer geleid /
Wie sneeft, — sneve op een' berg van lijkcif !
De dood baart hier de onsterflijkneid, —
Daar rigt zich 't monster naar den hoogen ,
En staart met bliksemschietende oogen,
Kn geeselt met zijn' staart de lucht!
Nu opent hij zijn'helsche kaken.
Om sulfer, Vlam en dood te braken.
En brult dat aarde en zee vensucht.
Zijn klaauw heeft reeds van een gereten.
Verscheurd al wat hent durft wecrstaau!
Maar, op 't gevleugeld ros gezeten.
Snelt Maurits als een godheid aan. —'
Tref, Perseus, tref den landbeanietter 1
Versmoor 't gedrogt in bloed en etter!
Wij Nederlanders staan ook pal;
Ook onze pijl heeft hem getroffen ,
Maar gij , gij moet hem nederploflen «
Voor de oogen van 't verbaasd heelal«
Ziet Maurits nu zijn' arm verheffen!
Zijn speer dringt door de koopren huid!
Ook wij , wij blijven 't monster treffen,
Schoon 't vlammen braakt ten gorgel uit;
Lands held schijnt in het vuur verloren!
Geen nood 1 daar rijst hij, nieuw herboren!
Ja ! Perseus schiet voor 't laatst asija speer ,
Daar de oogen als twee zonnen branden,
Den heldraak dwars door de iiigewaiideu!
Triomf! het ondier leeft niet meer. —