Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
120 dé kt,Ar. bij ntktmvpoont.
O Perk ran roem! o gouden dagen !
Ken ondeel tart het berggevaaiï;*,
r>at, bij 't geloei der donderslagen,
Zijn lav'astroonien schiet op de aard'.
Ja! Vlaandren, scheur u van uw vesten!
Ontvolk, o Spanje, uw plondernesten,
Stuw 't ongediert' van *s Ibers boord ,
't Geboeft' van de Kridaansche zoomen,
De vloeken van 't gemijterd Romen
Naar Neèrlands vlakten, dreigend, voort!
Wij wachten ze af! — wij zullen toonen
*s Volks krachten in dees' heilgen strijd.
Neen, schreit niet, moeders 1 — Hebt ge uw zonert
Niet aan uav Vaderland gewijd ?
Neen, schreit niet, vrouAven! — Ziet ge uw mannen
Met leeuAvenkracht den boog niet spannen
Tot staving van uav heilig regt? —
Neen, schreit niet, kinders!— Juicht! uav vaderen
Verpletteren de gloende raderen ,
Der kar, Avaarop de heerschzucht vecht.
Ten strijd dan ! op! op, bloem A'an helden I
Bestoken wij het vloekgedrogt:
'Tc scheep! te scheep naar Vlaandrens a-elden;
Daar brast het monster bij zijn krocht:
^^ Lands held gevolgd ! naar 't veld! te wapert!
lUj NieuAA'poort ligt, misvormd, Avanschapen ,
Met schubben op 't gedrogtlijk lijf,
Bij de offers, Avreedlijk uitgezogen ,
Het monster met verpestende oogen.
Van bloed, vergif en etter stijf.
Daar loert het met gesparde kaken.
Wat Perseus zal het tegenstaan ?
Wie 's Lands Andromeda nu slaken
Kn 't monster doen in bloed vergaan?
Wie zal zijn ijzren kracht verlammen?
Ku , dAvars door zAA'avelgloed en vlammen y
Die 't ondier nit zijn' gorgel braakt,
De dubble koopren" huid doorboren?
Den heldraak in zijn bloed doen smoren?
't Is Perseus Maurits! — Hij genaakt.