Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
r abri cic» aa\ prrriil's. 125
paar ik dien last volbreng, durft gij, vermeetle, hopen,
Ofit ik mijn Vaderland lafhartig zal verraan,
Zoekt gij door blinkend goud mij eerloos om te koopen,
Kn biedt me een vierde deel van 't gro(»tscii Epiren aan.
Gij moogt op ooVlogsroem en edele afkomst bogen ,
Dit aanbod tuigt dien roem , die edele afkomst niet;
Of, zou het grootheid zijn? — maar ijdel is uw pogen;
De grootheid smaadt een gift, die liaarde laagheid biedt.
En, zou die laaglieid ooit Fabricius bekoren.
Wiens vrijheidlievend hart door't zuiverst vuur ontbrandt?
'k Ken telg van Romulus, 'k ben een Romein geboren:
Zoo lang ik adem liaal , is 't voor mijn Vaderland.
Zof> 'k u tot Romes nut mijn' ijver knn betoonen ,
Ik sta gereed, vol moeds, zelfs in den dood te gain ;
Wilt ge anders ? kan geen troon , wat zeg ik , duizend troï)nen
Den eed mij breken doen, aan 't Vaderland gedaan,
'k Moet, door 't gphrek benard, in schamele armoè leven,
Maar nimmer was mijn hart gevoelloos voor zijn' pligt ;
Dat hart, door deugd gesterkt, blijtt boven 't lot verheven.
Als 't ligchaam van den last der wreedste rampen zwicht.
Ja. schoon ik magteloos van honger uit moog' teren,
Kn 't nijpende gebrek mij dreijjt met duizend doón ,
Zal 'k, in dien jongstea nood, het aakligst leed trotseren,
't V'erachtlijk goud versmaan — en vloeken Pj'rrhus troon.
n. van roven'.
DE SLAG BIJ IMEUUPOORT,
^ erschopjien wïj het naklig heden!
Deze eeuw van 'schande en Avee ontvlugtl —
'k Herleef in 't glorierijk sverleden ;
Ik adem ruimer» vrijer lucht.
^k Zweef aan uw zij'. vergoden vaderen!
Mij stroomt oo!l 't heilig bloed door de aderen,
Dat ge eenmaal voor uw land vergoot:
Ik hud twee eeuwen van mijn Ipnden !
'k Strij aan de zij' van Xe^riands bend»n!
Ja, Maurits, 'k ben uw tijdgenoot.