Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lierzang op de rl'iter. 121
Zi>o ooit <le trotsche stem der volken ^
Uw magt beschimpt, uw krijgsdeugd hoont,
De nijd herzinkt in 's afgronds kolken ,
Wanneer gij de asch van Ruiter tooat;
Van Ruiter, wien de Belg kon telen.
Die in het oog van werelddeel en
Een God geleek in menschenschijn ;
Van Ruiter, die, op duizend paden.
Getoond heeft in ontelbre daden,
Hoe groot een Batavier kan zijn!
Dat andren Cesars tombe sieren ,
Ik staar zijn grootheid aan , én ween.
'k Bewonder in zijn zegevieren
De blindheid van 't geluk alleen,
't Geluk in de uitkomst,, hier beneden.
Door 't'blinde menschdoni aangebeden ,
Vormt dikwerf den veroveraar;
't Geluk, dat snoodaarts durft beloonen,
Dat op schavotten voert of troftnen ,
Den held maakt of den moordenaar.
Neen! hooger klimt De Ruiters waarde;
't Geluk neeft nooit zijn taak verrigt:
Hij is zijn' roem, aan 't eind' der aarde.
Zich zelv', alleen zich zelv', verpligt.
Geen afk<imst kon hem aan doen hangen,
Geen goud de plaats van deugd vervangen;
Met niets, dan met zijn' moed bedeeld ,
Heeft Ruiter 't hachlijkk spoor gekozen,
Zich zelv' geschapen,''t goud doen bloozen.
En d'adel uit zijn deugd geteeld.
Van hier die kracht, hem bijgebleven,
"Waar minder stervling 't lioodlot vreest;
De deuj^d is boven 't lot verheven ,
Zij blinkt in wranjren onspoed 't meest.
Een'Marius, beroofd van vrinden,
Carthago ! op uw puin te vinden ,
Heeft meer, dat mijn bewondring roert,
Dan Marius, in blijder uren,
Door Romes schaite'reiide muren,
Üp een triumfkar omgevoerd.