Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEUGD EN VREUGD. 117
En gaarde
Ge op aarde
Een' rijkdom van dengd;
Die volgt u naar boven
In de eeuwige hoven
Der hemelsche vreugd.
liaat varen
De jaren
Dan spoedig en vlug!
In 'i ijlings verzAveven
Genieten [wij 't leven:
't Komt nimmer terug f
De dwazen
Slechts azen
Op lauwren en goud;
Maar deugd en genoegen
Te zamen te voeden
Is wijzen vertrouwd!
T
A. fiOXMAX.
»E BEIS DOOR 'T LEVEN.
Vrienden! wilt gij op de baren
Van de holle levenszee,
Zacht en onbekommerd varen,
Naar de zoo begeerde reê;
Wenscht gij, zonder vrees voor stranden.
Veilig aan de kust te landen,
Waar, met rozen in de handen,
U het zoet geluk verbeidt.
En zijn' lustnof binnen leidt;
Wilt gij langs de woeste vloeden, . i
Veilig naar de haven spoeden,
Altijd voor deu wind eu tij ?