Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE KERMIS DER
rui
oen Peïeus('t is al Jan^ gele^n)
Wet Thetis zou ^aan trouwen,
Kwam vriend cn maagd verheugd bijeen.
Om leest met hen te houêii.
Jupijn gaf ook , om 't huAvJijk bJij,
Een groote jongeluipartij
Op een der bruilo/tsdagen,
AVaarbij hij lieel het Godenheer
Uit Hemel, Aarde, Hel en Meer
Had op d' Glimp doen vragen.
Maar Juno sprak: „ Mijn lieve man
» Wat zuMen avjj 'beginnen ?
V Ik zit en peins en xoek, en kan
»> Geen tijdverdrijf verzinnen.
» Ik weet niet hoe het jonge goed
> Zich heel den tijd vermaken moet;
» "Want voor dat wij gaair eten>
> ( En alles komt vast vroeg bijeen
>En is zoo niaklijk niet te vre^n)
» Moet toch de tjjd gesleten.v
Hij weer:« Mevrouw.' dat '3 toch geen zaak ^
« Die u zoo af moet schrikken.
« Ik weet wel, 't js een heeJe taak :
w Maar 't zal zich toch wel schi'kkeni
> Eerst presenteert gij toch de thee ,
^ Dat duurt al li^-t een uur of twee ,
»> Dan wandelt ge, e/i fa milieu
» Met Kruid en Jiruigoni in den tuin,
t» Speelt dan cojninerce, trents et un,
» Whist, boston en cadrille. »
I