Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
bEUGD EN VREUGÖ.
Daar klaatreil
De vvaatreiï,
Daar buldert de orkaan!
Die grondlooze baren
Moet ieder bevaren,
Kn — ijlings vergaan!
Geen grijsheid
Noch wijsheid
Ontzeilt daar de klip:
In de eigenste golven
Wordt 't bootje bedolven
En 't stevigste schip !
Daar botsen
En klotsen
De beendren door eeri
per volken van de aarde j
fen 't noodlot bewaarde
Uit allen er geenl
Wie meldt ze,
Wie telt ze?
Miljoenen en meer!
Wat roem ze verwierven ^
Ach , nevens hen stierven .
Hun naam en hun eer!
En kwamen
Hun namen
Al over tot 't kroost,
De lofspreuk der neven
Kan 't graf niet doorstreverij .
En brengt hun geen troost!
Wat zwoegt ge
En ploegt ge
Dan rimpels op 't hoofd i
Om schatten te hoopen ,
Om lauwren te koopen ,
Ons spoedig ontroofd!