Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lU DE nOOD VAN AU Gl AS.
» Mgn koeijen. Vorst! —of gij moogt vreezen!"
V» Wat itoeijen! — zelfs geen koeijestaart!
»» Wat 1 waant gij, dat ge een' Vorst vervaart,
»» Die meê naar Coïchis trok voordezen,
»W En magt en regt heeft in zijn zwaard ?
J. IMMERZEEL , JUMOR«
DEUGD EN VREUGD.
De jaren
Ontvaren
Zoo snel en zoo vlugy
En zijn ze ons ontgleden ,
Geen niagt van gebeden
Roept ze immer terug!
Zij spoeden
Als vloeden
Naar de eindlooze zee;
Kn , hoe wij ook roeijen,
Zij slepen in 't vloeijen,
Ons krachteloos meê I
Wat plagen
En jagen
We ons zeiven dan af?
De stroom van het leven
Vloeit, hoe wij weerstreven.
De zee in Van 't grafl