Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE DOOn VAN AVGIAS. Jll
T>aar gingen t^ nu zamen henen :
liet ventje met verdorde heenen, —
Ken stroohahn, fliivkerend van goud, —
F.n aan zijn regter hand öe stevigste eik van 't woud.
Terstond had Herknies bijzondere andientie.
En, na zoo wat gebuig en zoo wat reverentie —
He hoofdzaak'aan het hof al veel, —
Zou Herkules het tiende deel
Van 's Konings rundeHtudde erlangen,
Voor de ongehoorde taak, die hij stond aan te vangen;
Eu daarmeè was de man te vre-:
Hij ging, en aam niet eens bewijs op zegel meé.
Nu daadlijk 't hofkleed uitgetrokken,
Het arbeidsbuisjen aangepast,
Een' breeclen gordel om, een' schrobber daar aan vast.
Voorts aan de voeten hozeblokken, ,
En toen den bezem opgetast, —
Een bezem, zoo als nooit een bezem werd gebonden,
De helft der takken van een' berk,
Expres gesneden, hecht en sterk
Met koorden, vingerdik omwonden. —
Ken' bezem nu , zoo als gezegd ,
Den reuzenschouder opgelegd,
Trad hij ter herberg uit, begroet van alle kanten
Door woeste horaas van ontelbre lijftrawanten,
Die uit het paddemoes , jordaan 'en lange lijn
Te zaam gestroomd , zich daar om sti'ijd op schildwacht plant-
Oni ooggetuigen vnn het wonderwerk te zijn. (ten
Een enkle bezemzwaai in 't ronde.
Die zijn behendigheid en reuzenkracht verkondde.
Was als een kegelbal in welgemikten loop ,
En Avierp er menig overhoop.
Dit baarde ontzag en ruimte; en 't rot, uiteen gestoven.
Had ^u geleerd door zien en voelen te gclooven.
En wat ging nu de held bestaan?
V Brengt water aan bij kuipen en bij tr)bben;
» Want in dat drooge vuil mogt hier de henker schrobben."
Zoo sprak hij 't Avachtend stalvolk aan.
Gereed de hand aan 't Averk te slaan.
»V Ja , water .sprak hun Chef: »» dat 's makkelijk te zeggen!
»» De Alpheus is zoo ver van hier!
V» Kost gij een' arm van die rivier,
»»Dogr ttw beleid én kraciit, wat digter herwaarts leggen»