Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
108 BIJ HET LIJKJE VAN EUN KIND«
Hooger vliegt i^et, hooger leeft het,
Zat gespeeld in lager lucht.
Voedster, droog de natto wangen,
Tuur niet op de doode pop,
Blijf niet aan zijn wehje hangen;
't Vlindertje is niet Ave^r te vangen;
's Hemels englen vingen 't op.
H. TOLLENS, CZ,
DE DOOD VAN AUGIAS,
T>ens zat op Fjlis troon een zekere Augias,
Die rijk en gierig, zoo als vele grooten, was.
Hij had wel niet , gelijk gebeurde in onze dagen ,
Karottiabrieken opgeslagen :
Neen, om zijn voordeel te bejagen,
Bezat die fokker stal bij stal ,
Met kostlijk slagtvee voor de hal.
Dat schier half Griekenland om strijd bij hem kwam vragen:
Hij deed in koeijen, in vetweiderij in 't groot.
Hij had een' énklen stal , die in zijn ruime wanden
Drie duizend runderen besloot,
Gekweekt en vetgeweid in puik van klaverlanden.
Men wil dat hun geloei , temet,
Eer hun 't ontbijt werd voorgezet,
Geheel de landstreek, die een uur in 't ronde 't hoorde»
Voor dag en dauw in 't slapen stoorde.
Bedenk wat spoelinjg, hooi of gras
Voor-zulk een' troep niet noodig was.
En wat er viel aan na te loopen,
In luchten, schiften en verko(»pen !
Maar och ! — zoo als men veelal ziet
In zulk een groot beslag van zaken ,
Die in bijzonderhe<'n 't beheer zoo moeilik maken, —
Men deed er veel, maar veel ook niet.
2oo werd de schoonmaak al van tijd tot tijd verschoven;
W>1 nu en dan eens uitgehaald ,
^^at bezenischoon gemaakt, wat afgeraagd van boven ;
Maar daartoe bleef de taak van 't reinigen bepaald,