Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
106 JAM r. t: I K E X,
Die uit den zwarten hemel stort : —
Een ijs , dat, Avaar iiet nederJiieUert,
De lenden klooft, de schedels plettert,
En mensch en dier teu moordtuig wordt.
Vergeefs, o voerman ! is uav trachten
Met sterke vuist en vasten voet,
ÜAV vierspan spot met menschenkrachten ,
En rept zijn hoeven door den gloed.
Uw zwaaijend voertuig spat in* stukken,
En , wie 't gevaar zich tracht te ontrukken,
Springt in den muil des doods, of rolt
Met de ai men vast in krat en wielen,
Tot dat, na. duizendvoud ontzielen,
Uw kar hem 't hoofd te morsel holt.
Hier ligt de trekos nec^rgeslagen ,
F^n snuift den dood in met de lucht;
Daar spartelt voor d'ontwielden Avagen
De hloem der rossen, blind gevlugt.
En tracht, met half geknotte pooten
De borstgareelen los te stooten, ^
IJriescht hijgend, slaat den kop verwoed »
En wringt ten grond de ontvelde lenden.
Om 't haaglend ijs er af te Avenden ,
En stuiptrekt in haar laatste bloed.
De rappe kem^ rekt, wat verder,
De borst- en gorgelspier uiteen;
En vaart, gejaagd door vuur en herder,
Met Avijden stap door 't ploegvee heen
Om te eer' ter staldeur in te trekken.
Ginds, onder omgestormde hekken
En afgescJieurd geboomte, dat
Een veilge schuilplaats scheen te bieden,
Vergaat een trits van akkerlieden
Met Ariend, en gade, en huAvlijksschat.
Alom , waar 't oog zich heen moog wenden.
De rust verjaagd , de schrik verAvekt; v
Alom tooneelen van ellenden.
En de aard' met lijken overdekt. —
7/00 dit, aloude Egijptenaren !
Uav schrikbre plagen eenmaal Avaren ,