Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
A r B R K C H T B F I i ^ ci*^
«Jacoha hrak haar tAveeden echt
Kn koos haar derden man ,
En staafde haar verharen regt,
Ter straf van hertog Jan.
Zij zwaaide *t vOnklend moordgeweei*
En schoor de velden plat ;
Zij sloeg zich aan den Lekstroom nefif
En eischte en won de stad.
i> Ter Avraak ! tet* wraak!" weergalmt de drorti |
» Ten zoen van 's lands gravin!
if Men steek' en roer' trompet en trom
1» En steil' de weerwraak in !
» Men sleur' den eerst ont^noeteb kop ^
« In zegepraal, ter straf;
» Men delv' hem de aarde levende op
» Kn pIolF' hem neèr in 't grafl"
Men raast en blaast met woest geschal
En heft het krijgslied aan;
Men trekt in d' overwonnen wal
£n plant de Hoeksche vaan«
Men staart en wacht wie naadren moog
En proef neem' van hun wraak,
En Beding treedt hun 't eerst voor 't oogj
Met onverbleekte kaak»
i» Grijpt aan ! grijpt aan!" weergalmt het rondi
» Ten zoen van 's lands gravin I
Men groev' en graav' en delv' den grond
w En dompel' hem er in I
i» Brengt moker, spdj houweel en schop
V En spant ons wraakgerigt l
i> Men sluit' hem de aarde levende op
» En demp' met hem haar digt!"—=
i> Met regt^ met rëgt! roept Üeiiing uit > '
» Mijn dood verzade uw lust;
s» Niet éen ^ die meer u tegenmuit "
» En min uw kluister kust I
1