Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
HKT GEWET ES.
Eer ^ij de wrop^in^ zoudt ontvJu^ten^
Die u na 't niisdrijrstaat te duchten;
Eer
Eens treft ze u met haar ijzreo roê!
'k Beken, de tijd heeft soms de slapen
Reeds blontg-eplojiderd en vergrijsd,
Eer 't nabei'ouw, niet srhrikbaar i\'apen,
Ons op geplee,^de f^rnwlen wijst;
Maar bij het open ^^-raf ^^ezeten,
Ontwaakt^op eens het ban^ f^eweten;
Dan stort bet ijdel droombeeld neêr!
Zij keeren , de af^ei'ende jaren,
Eerst zinbetoovrend weg'g'evareii,
Nu zwart ran bang-e wroe^in^ ween
Toch draag't de mensch zijn hooge waarde,
Het beeld der reine Godheid om;
Baart de ondeugd wroeging hier op aarde,
Die wroeging' .staaft zijn' adeldom/
De tijger voelt zijn' wraaklust branden,
En spart'den muil en wet de tanden,
En lescht zijn' bloeddorst onbevreesd;
Maar heeft de mensch, door spoorloosheden,
De heilee wet der deugd vertreden.
Hij scnrikt voor eigen regtbank 't meest l
Vrij klauter' langs bebloede trappen
De heersrher op zijn troon^evaurt';
Vrij zett' hij zijn /[^-evreesde stappen
In broklip puin en bloedige aard';
Het dag-liclit zie zijn wenken eeren; —
Geen zielrust streelt op donzen voêren
Het oog eens gruwbren dwin^Jands digt:
Al woelt hij 't hoofd in lauwerblaren,
De wroeging, in zijn ziel gevaren,
Voert de open hel hem voor *t gexigt»
Al wie voor de ondeugd /lier bïijft leven.
Jaagt schimmen na van jjdlen Avaan;
Maar wie de deugd hier aan blijft kleven,
Oogst blijde zielrust op zijn pofinl r
De booze hoort het blaadje ruisrhen,
W^aarin de zachte ze/irs ziiisen ,
tin de angst vliegt in ZJjn bevend oog;