Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ADA VAN holland.
Zwaait niet langer krijgsbanieren,
Voor de Gaä van Lodewijk.
Willems vaan blijv' zegevieren !
Dat ze op Leijdens Burgtin prijk*!
Vloei', neen! vloei' geen bloedstroom weder,
Om mijn regt, op Hollands grond,
'k Leg den staf gewillig neder.
Die me op zoo veel tranen stond.
Groent voor andren , eikenkruinen ;
Hagen, bij dat Graaflijk slot.
Waar, in 'fluw der witte duinen,
't Koosje met den wiiiter spot.
Lustoord van mijn kindsohe dagen ;
Heuvel, aan den vijverkant;
ZAvanen , op den plas gedragen,
En gespijzigd uit mijn band;
Duifjes , die mij plagt te omzweven ,
Daar ik in mijn bloemhof zat.
Of, in schaauw der hooge dreven.
Zingend langs den oever trad;
Uurtjes, als de maan kwam lonken
Op de stille maagdenoel:
Viertijd aan de vlijt'geschonken ,
Bij gejok en snarenspel;
Andre« moog! de vreugd verzaden,
Die gij eens mijn jonkheid boodt!
Andren zi , op 's levens paden,
Zoete Hoop ter togtgenoot!
Vreugde en Hoop is mij ontvaren;
Uitgespeeld de droeve rol.
JVIaak , o Dood , mijne achttien jaren
JMet het uur der slaking vol!
A. C. W. STARING.