Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
8ö oordeeltnietI
Menig* daad, hier zwart geteekend.
Zelfs soms als vergrijp geboet,
Is in 't oog des Heniels^goed,
Wordt als deugd ons aangerekend.
Menig' daad, hier schijnbaar schoon,
En met eer en goud beschonken,
Ja, als edel uitgeklonken,
Rijst als misdaad voor Gods troon!
Wachten we ons van stout beslissen,
W^aar het regt ontstaat tot gissen!
't Oog van God, dat oog alleen ^
Ziet door hart en hulsel heen l
Waarom ziet ge, in 't vonnïsstrijken,
Voor uwe eigen teilen blind ,
't Kwaad in vijand en in vrind,
W'aar u beider deugden blijken?
Waant ge u minder boos van aard?
Waant ge u vrij van laakbre trekken ?
Ach uw eigen zwarte vlekken
Zijn voor andrer oog verklaard.
Nimmer toch , in 't vlugtig leven,
't Hart voor liefde toegeschroefd;
Nimmer karig in 't vergeven,
Waar een elk vergeving hoeft!
Maar steeds minzaam met elkandren y
Ninimer smaad gezet op andren;
Niet gevraagd wie beter zij:
Geen toch is van vlekken vrij.
J. L, merstrasz» JR.