Boekgegevens
Titel: De muzikale vriend der jeugd, of Bevallige zangstukjes voor het opkomend geslacht: ook tot schoolgebruik
Deel: 3e en laatste stukje
Auteur: Oudshoff, W.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1826
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6742
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200025
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De muzikale vriend der jeugd, of Bevallige zangstukjes voor het opkomend geslacht: ook tot schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 37 -
Weinige Stemmen,
Ja, dankbaar zien wij naar omhoog
En loven de Oppermagt,
Die ons aan elk gevaar onttoog,
Hier weer te zamen bragt.
Nog plengen wij met vreugd den Wijn •
Gezegend is ons lot!
Moog de aarde soms een treixrdal zijn,
Zij baart ook blij genot.
Maar ecliter perst herinnering
Ons droeve tranen af;
En voert den geest uil dezen kring
iSaar 't somber vriendengraf.
Koon.
Geen smart jaag' die herinn'ring aan;
De Vrienden, die ge ontbeert,
Zien reeds, in grootscher levensbaan.
Hun rouw in vreugd verkeerd.
3.
JVeinige Stemmen^
Met moed dan 't nieuwgeboren jaar
Te gader ingetreèn ;
Dat ons Gods gunst in 't leven spaar
En leide alle onze sclireên.
Zoo sneir de lijd vrij rustloos voort,
Deez' dag, als hij verjaart,
En 't jaar zijn' laatsten klokslag hoort
Zie weer ons zaamvergaard.
Ligt mist ook dan ons zoekend oog
Op nieuw een metgezel,
Dien reeds de dood aan de aarde onttoog
Waar 't Goddelijk bestel.
Koor.
Geen~nood ! wij blijven lotgemeen;
Den zachten broederband
Knoopt eens Gods liefde werr aaneen
In 't hemeisch Vaderland.
Mr: