Boekgegevens
Titel: De muzikale vriend der jeugd, of Bevallige zangstukjes voor het opkomend geslacht: ook tot schoolgebruik
Deel: 3e en laatste stukje
Auteur: Oudshoff, W.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1826
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6742
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200025
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De muzikale vriend der jeugd, of Bevallige zangstukjes voor het opkomend geslacht: ook tot schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
llij schenkt de bloem haar geuren,
Ln mengelt hare kleuren
Zoo schoon en rijk door een;
De duizend zegeningen,
Die ons alom omringen ,
Schenkt Hij — ja Hij alleen.
3.
Ja, wat Natuur moog' telen,
Om ziel en zin te streelen ,
Bekoorlijk voor het oog:
' 't Wordt ons door Hem gegeven ,
De bron van licht en leven,
De vader van omhoog,
4.
Die schat van gunstbewijzen,
Doet mijne zangen rijzen.
Als 't morgenrood mij wekt;
Of zouden onze klanken.
Kiet Hem, den Schepper, danken ,
Die weer ons aanzgn rekt?
5.
Ja , Hij, hoe hoog verheven ,
Ver boven de aardsche dreven,
Versmaadt die toonen niet:
Wanneer hem kind'ren loven,
Dan klinkt hun zang hier boven
Zoowel als 't Englenlied.
U. M.