Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
plaats met veel tabakscultuur in den omtrek), Kota-
Badja (hoofdplaats van Atjeh, in de nabijheid het
kleine eiland Poeloe-Bras met een vuurtoren en een
scheepstimmerwerf).
Spoorwegen vindt men op Sumatra bij Deli, bij
Kota-Radja en van Padang naar Padang-Pandjang,
welke laatste tot de kolenvelden zal verlengd worden.
Langs de westzijde van Sumatra liggen een menigte
eilanden, waarvan ^t voornaamste Nias heet, dat zeer
sterk bevolkt is. De bewoners staan slechts in naam
onder ^t Nederlandsch gouvernement.
§ 22. Aan de oostzijde heeft men ten zuiden van
't schiereiland Malakka den Archipel van RiouwLingga,
die uit een zeer groot aantal eilanden bestaat. Deze
vormen met elkander de residentie Eioiiw. Peper en
gambir zijn hier de voornaamste producten, terwijl
men er ook eenige tinmijnen vindt.
De bewoners van sommige eilanden van deze groep
zyn beruchte zeeroovers.
Het eiland BANGKA is door de straat van dien
naam van Sumatra gescheiden. Het vormt met eenige
omliggende kleinere eilanden de residentie Bangka.
Het hoofdeiland beslaat eene oppervlakte van ruim
230 vk. mijlen en is dus ruim zoo groot als de pro-
vinciën Friesland, Groningen, Drente en Overijsel
te zamen. De bodem is er niet bijzonder vruchtbaar;
evenals elders in den Indischen archipel treft men er
uitgestrekte wouden aan; slechts een klein gedeelte
wordt bebouwd en levert ter nauwernood genoeg rjjst
om in de behoefte der bevolking te voorzien.
Aan delfstoffen, voornamelijk tin, is het echter bij
uitstek rijk. Men vindt er omstreeks 300 tinmijnen,
die meest bewerkt worden door Chineezen. Deze moeten