Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
evenwijdig loopende ketenen), die zich 't meest aan
de westzijde verheft. De westkust is dientengevolge steil;
hoewel eene menigte gevaarlijke klippen, kleine eilan-
den en hier en daar moerassig strand 't naderen van
deze kust moeielijk maken, vindt men er toch bezochte
havens. De oostelijke, grootste helft van het eiland is
eene rijk besproeide alluviale laagvlakte. De voornaamste
rivieren zijn de Moesi of rivier van Palembang, de
Djambi of Batang Hari, de Indragiri en de Siak.
De bodem is vruchtbaar en levert daar, waar men
rich op 't aankweeken van cultuurgewassen toelegt,
rijke oogsten. De voornaamste producten zjjn: iieprr,
koffle, kamfer, getali-pertjah, tabak en katoen. Daaren-
boven vindt men er steenkolen. De Ombilin-kolenTelden,
ten noordoosten van Padang, schijnen daaraan zeer
rijk te zijn. De vallei van Korintji, ten zuidoosten
van Padang, schijnt overvloed van good te hebben
(Sumatra-expeditie).
§ 21. Ongeveer de helft van Sumatra staat onder
het onmiddellijk gezag van Nederland, 't overige is
afhankelijk. Het onmiddellijk gebied wordt verdeeld
in 't gouvernement van Atjeh, dat van Sumatra's
Westkust met de residentiën Padang, Fadangsche
Bovenlanden en Tapanoeli, en de residentiën Bengkoe-
len, Lampongsche districten, Palembang en Sumatra's
Oostkust.
De voornaamste plaatsen op Sumatra zijn: Padang
(uitgebreide handel, koffieveilingen, goud). Fort de Koek
(hoofdplaats der Padangsche Bovenlanden), Padang-
Pandjang (belangrijke doorvoer, punt van verdediging),
Sïboga (goede havenstad). Natal (uitvoer van kamfer),
Bengkoelen, Palembang (aan de goed bevaarbare Moesi,
handel met het binnenland, metaalwerkers), Deli (nieuwe