Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
oostelijke en eene zuidoostelijke. Deze winden noemt men
passaten, en zonder bijzondere omstandigheden waaien
zij in de verzengde luchtstreek 't geheele jaar door.
§ 10. Onze bezittingen verkeeren door hare ligging
in bijzondere omstandigheden. Aan drie zijden name-
lijk wordt de Oost-Indische Archipel omringd door
groote vastlanden, die in de windrichting eenige wij-
ziging brengen. Deze wijziging bestaat hierin, dat de
gewone Z. O. passaat, die van April tot October ten zuiden
van den aequator waait, zich dan ten noorden yan den
aequator voortzet als Z. W. wind (waarom?), terwijl in
't andere halfjaar de gewone N. O. passaat, die ten noor-
den van den aequator waalt, zijn gebied lot aan de andere
zijde van den aequator uitbreidt, oni zich daar als N. W.
wind fe vertoonen. Gedurende den tijd, dat de weste-
lijke wind waait, heeft men den natten moesson; wan-
neer de oostelijke wind heerscht, heeft men den drogen
moesson. Vandaar, dat men in noordelijk Sumatra
't droge jaargetijde heeft, terwijl zuidelijk Sumatra
en Java aanhoudend zware regens hebben en omge-
keerd. Hooger dan 1600 meter vindt men ten N. van
den aequator altijd den N. O., ten Z. daarvan altijd
den Z. O. passaat. •
Intusschen is in sommige streken 't verschil tusschen
den natten en den drogen moesson niet zoo duidelijk
waar te nemen. De richting van het gebergte, de
verdeeling van land en water, 't voorhanden zijn van
uitgestrekte wouden oefent op vele plaatsen grooten
invloed uit, zoodat 't b. v. te Buitenzorg in den drogen
moesson bijna evenveel regent als in den natten, ter-
wijl op de zuidkust van Ceram en Boeroe en op
Amboina, evenals in 't zuiden van Celebes, zelfs gedu-
rende den oostmoesson de meeste regen valt.