Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
zijn eene menigte huizen gebouwd om Europeesche
families te huisvesten. Het prachtigste van alle is het
Hollandsche hotel, dat de in 1879 overleden Prins
Hendrik heeft laten zetten.
Verder heeft men te Port-Saïd nog de „Place de
Lesseps", zoo genoemd naar den vroeger vermelden
ingenieur, die als consul te Rotterdam met de Neder-
landsche kanaal werken kennis maakte. Men heeft er
een fraai wandelpark aangelegd, dat te midden van
de boomlooze streek een aangenamen indruk maakt.
§ 5. Vervolgen wij nu onze reis. Bij 't doorstoomen
van 't kanaal passeeren we enkele meren en komen
voorbij plaatsen, waarvan Ismaïlia de voornaamste is.
Bij de opening van 't kanaal in 1869 was dit reeds
vrij belangrijk en men koesterde er de grootste ver-
wachtingen van, welke echter tot nu toe niet verwe-
zenlijkt zijn, daar de plaats langzaam achteruit gaat.
Van Ismaïlia tot Suez loopt bjjna evenwijdig met het
scheepvaartkanaal een zoetwaterkanaal, dat de stad
Suez en de overige kanaalstations van drinkwater uit
den Nijl voorziet.
Schoon is de natuur langs 't kanaal niet, daar het
geheel door eene barre, onvruchtbare zandvlakte ge-
graven is. Slechts hier en daar langs 't genoemde
zoetwaterkanaal begint de woestijn haar dor aanzien
te verliezen.
In tusschen bereiken we Suez, waar men groote en
diepe havens heeft aangelegd, en komen in de smalle,
lange Roode Zee, die Azië van Afrika scheidt. Op
dit gedeelte van de reis hebben we, althans gedurende
de zomermaanden, met eene afmattende hitte te kam-
pen; een gedeelte van deze zee ligt dan ook in de
streek, waar men de hoogste gemiddelde zomertem-