Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLAND.
Grenzen en kustvorniing.
§ 1. Nederland grenst ten westen en ten noorden
aan de Noordzee; ten oosten aan die gedeelten van
Pruisen, die Hannover, Westfalen en de llijnprovincie
heeten, en ten zuiden aan de Belgische provinciën
Luik, Limburg, Antwerpen, Oost- en West-Ylaande-
ren. Tegen de Noordzee wordt het door eene duinrij
beveiligd, die zich nu eens verbroken, dan weer als
een aaneengesloten geheel vertoont.
Laat men het zuidelijk gedeelte van Limburg buiten
rekening, dan vormt ons land vrij wel een paralle-
logram. Utrecht ligt nagenoeg in het midden des
lands; het is van Helder 100 K.M., van Middelburg
120 K.M., van Maastricht 140 K.M. en van Delf-
zijl 180 K.M verwijderd. De grootste afstanden be-
staan tusschen Delfzijl en Maastricht, 280 K.M., en
tusschen Delfzijl en Sluis, 320 K.M.
§ 2. Daar, waar de Belgische duinrij onvoldoende
begint te worden om de zee te keeren, waar de zee-
kust meer het karakter van een rivieroever aanneemt,