Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(!2
tijd een westelijke wind heeft gewaaid, zien we in de
haven van Gibraltar eene geheele vloot van koopvaar-
dijschepen, die op den gunstigen oostenwind wachten
om de straat te passeeren. Daar de Middellandsche
Zee nd. betrekkelijk wemig groote rivieren ontvangt
en H ivater er sterk verdampt, komt daar een tekort
aan water, dat uit den Atlantischen Oceaan wordt
aangevuld. Hierdoor ontstaat een stroom, die zoo sterk
is, dat slechts bij gunstigen oostenwind de zeilschepen
de Middellandsche Zee kunnen verlaten.
§ 3. Als we met een der stoomschepen van de
Maatschappij Holland of van de liotterdamsche Lloyd
de reis maken, begeven we ons na de straat van
Gibraltar te zijn doorgestoomd, langs de kust van
Spanje naar 't noordoosten ten einde de stad Marseille te
bereiken. Hier is nu gelegenheid om zich in te schepen
voor die reizigers, welke 't verkozen de reis van Neder-
land over Parijs naar Marseille over land te maken.
Zoo spoedig we de Fransche kust aan den horizon
zien opdoemen, richten we de oogen naar het punt,
waar zich de stad moet bevinden; maar we komen
spoedig tot de ontdekking, dat eene bergmassa haar
voor ons oog verbergt. Wel bespeuren we hier en
daar een rotsig eilandje, maar van eene stad is geen
spoor te zien, zelfs een ingang tot eene of andere bocht
worden we niet gewaar. Daar schijnen zich de rotsen
plotseling te openen en een nauwe doorgang, slechts
breed genoeg voor één schip, vertoont zich aan ons oog.
Aan weerszijden van dien ingang staan sterke forten
ter verdediging van de haven tegen een vijandelijken
aanval en erachter strekt zich naar het oosten een
diepe bocht uit, in welker achtergrond de stad Mar-
seille tegen den rotswand aanleunt.