Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
mi
38
Voor de bollenieelt wordt hoe langer hoe meer
van de geestgronden van Leiden tot Alkmaar in ge-
bruik genomen, terwijl men eene menigte booinkwee-
kerijen vindt om Boskoop, Aalsmeer, Oudenbosch en
Kaarden.
§ 40. Arm is onze bodem aan voortbrengselen uit
't delfsfoffonrijk. We noemen daarvan: veen in vele
streken van ons land: steenkolen in de nabijheid van
Kerkrade en Heerlen; oer in de oostelijke deelen van
Gelderland en Overijsel en in het Z. W. van Drente;
grint en keien op onze heidevelden; klei en leem, ge-
schikt voor steen- en pannenfabrieken, langs onze
rivieren en in de noordelijke en oostelijke provinciën.
§ 41. Voorname middelen van bestaan zijn dus land-
bouw, veeteelt en veenderij als gevolgen van de gronds-
gesteldheid van ons land, terwijl de ligging van Ne-
derland aan eene vischnjke zee den bewoners een
natuurlijk middel van bestaan schonk in de vissclierij.
't Is dus niet vreemd, dat reeds sedert eeuwen de
visscherij tal van Nederlanders bezig hield. Hoewel min-
der belangrijk dan in vorige eeuwen, geeft nog de
haringvisscherij aan eene menigte menschen brood,
en 't getal van hen, die in de vischvangst op de
Noordzee (kabeljauw, schol, enz.) en op de Zuiderzee
(haring, hoofdzakelijk om gerookt te worden, ansjovis,
bot, enz.) een middel van bestaan vinden, is zeer
aanzienlijk.
Behalve van de vischvangst leven ook vele bewoners
van onze zeedorpen van de schelpvisscherij. De door
hen geschepte schelpen worden, daar zij 't hoofdbe-
standdeel van de schelpkalk uitmaken, duur betaald.
§ 42. Hoewel de Nederlandsche fabrieksnijverheid
niet kan wedjjveren met die van Engeland, Duitsch-