Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
land is nog onbebouwd (^/^j) en ten deele ongeschikt
voor bebouwing; van 't overige wordt 't grootste ge-
deelte als weiland (Y3 van ons land), een kleiner deel
als bouwland (^4) gebezigd, terwijl eindelijk een zeer
klein deel (^e) voor de houtteelt in gebruik geno-
men is.
De soort van grond en de ligging ten opzichte van
den waterspiegel bepalen, of eene streek meer voor vee-
teelt dan icel voor landbouw geschikt is. En ofschoon
het moeielijk is een bepaalde grens aan te wijzen,
kan men toch in 't algemeen zeggen, dat de zware
kleigronden, zoowel zee- als rivierklei, benevens de
ontgonnen zandgronden en enkele hooge venen voor
den landbouw gebruikt worden; dat de minder zware
klei goed bouw- en weiland oplevert, en dat men op
de lage veengronden alleen weiland aantreft. Boven-
dien moet er op gewezen worden, dat die gronden,
welke een gedeelte van 't jaar onder water staan,
uitsluitend voor de veelteelt gebruikt worden.
Bosschen heeft men hoofdzakelijk op de hooggele-
gen gronden.
§ 36. Indien men nauwkeuriger wil aangeven, waar
bouwland en waar weiland gevonden wordt, vindt men
als de streken, waar bijna uitsluitend weiland aange-
troffen wordt: het Z.W. en midden van Friesland,
'tN.W. van Overijsel, het grootste deel van Noord-
Holland, het W. van Utrecht en 't N.W. van Noord-
Brabant, benevens de uiterwaarden der groote rivieren
en de groengronden langs de kleinere. Een blik op de
kaart doet ons zien, dat deze streken voor een deel
tot de lage veengronden behooren en alle zeer laag
gelegen zijn.
Hier en daar vindt men te midden der opgenoemde