Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
verscheidene armen. Een dezer, het Keteldiep, is met
groote kosten verbeterd en vormt daardoor den voor-
naamsten waterweg naar de zee.
De IJsel neemt aan zijne rechterzijde de volgende
wateren op:
1. den Ouden IJsel bij Doesburg. Dit riviertje is
waarschijnlijk een oude Rijnarm uit den tijd, toen de
rivieren, nog niet door den mensch in eene bepaalde
richting waren gedrongen. Het ontstaat in het Prui-
sische, komt bij Gendringen in ons land en stroomt
voorbij Terborg en Doetichem.
2. de Berkel bij Zutfen. Zij komt bij Eibergen in
ons land en stroomt voorbij Borkelo en Lochem.
3. de Schipbeek bij Deventer. Zij is eigenlijk een
gegraven kanaal van de Regge naar den IJsel en
staat door de Bolksbeek in verband met de voorgaande.
Aan zijn linkeroever ontvangt de IJsel bij Hatteni
eenige stroompjes, die op de noordelijke helling der
Veluwe ontspringen en waarvan de gekanalizeerde
tirift het voornaamste is.
§ 23. De Maas komt boven Eisden in ons land en
vormt voor 't grootste deel tot Stevensweerd de grens
tegen België. Van daar stroomt ze met eene bocht
langs Venlo en scheidt van Maashees tot Mook de
provincie Limburg van Noord-Brabant. Bij het laatste
dorp stuit zij tegen de uitloopers van het Duitsche
Rijkswoud, waarop o. a. nog Nijmegen ligt, en stroomt
westwaarts, de scheiding vormende tusschen Noord-
Brabant en Gelderland. Tegenover Loevestein valt
zij in de Waal. Bij Grave beginnen de dijken aan
hare oevers.
Aan hare rechterzijde neemt zij in het Limburgsche
eenige riviertjes op, waarvan de voornaamste zijn: