Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Ons vaderland is dus de delta van de drie genoemde
rivieren. In het klein verricht de IJsel bij zijnen
mond, wat de drie genoemde rivieren hem voorgedaan
hebben; hij vormt de delta, die onder den naam Kam-
pereiland bekend is.
Sommige rivieren vereenigen zich even voor hare
monding met elkander of staan bij haren uitloop door
afgezonden armen met elkander in verband. Hare
mondingsgebieden zijn dan niet van elkander geschei-
den en zij werken beide mede tot vorming van eene
zelfde delta, zoo die ten minste gevormd wordt. Zoo
vormt het mondingsgebied van de Maas één geheel
met dat van den Rijn. In dat geval noemt men de rivieren
tweeling stroomen. De Tjonger en de Linde leveren er
in ons land een tweede voorbeeld van.
§ 20. De Bij" komt tusschen Lobit en Millingen in
ons land, zendt bij Pannerden de Waal westwaarts
en bij Westervoort den [Jsel noordwaarts.
Een weinig verder stuit hij tegen de Veluwe en
richt zich naar 't westen, welke richting de hoofdstroom
behoudt, die echter na Wijk-bij-Duurstede den naam
van Lek draagt en bij Krimpen den naam van Menwe
Maas aanneemt (Noord). De ligging van Arnhem
(schipbrug) wordt verklaard door het scheidingspunt bij
Westervoort en den hoogen oever der Veluwe. Was
de moerassige oever niet ongeschikt voor 't bouwen
eener stad, dan zou zich ongetwijfeld in het schei-
dingspunt zelf eene groote plaats ontwikkeld hebben.
Waar de stroom den naam van Lek aanneemt, wendde
hij zich voorheen noordwaarts (Kromme Rijn).
LTit de Lek nam vroeger beneden Vreeswijk (schip-
brug) (Ie Hollaiulsclie IJsel zijn oorsprong. Hij stroomde
langs IJselstein, Montfoort, Oude water en Gouda en