Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
van ons vaderland door uitdroging beneden den aan-
grenzenden waterspiegel te liggen en moest dus ook
door een stelsel van dijken en kaden tegen het water
(zee- en rivierwater) beschermd worden. Ten westen
van de lijn Bergen op Zoom—Gorinchem—Naarden
ligt ons land tot aan de duinen lager dan de zee, op
enkele plaatsen wel 6 M. Ook langs de Zuiderzeekust
van Kampen tot Lemmer en langs den Dollart heeft
men zulke lage streken. Tevens moest men zorgen,
dat het overtollige regenwater (veelal op kunstmatige
wijze) in de zee of de rivieren {buitenwater) kon ge-
loosd worden (watermolens, stoomgemalen, boezems,
sluizen). Daarom is dat lage land in polders verdeeld.
Een door dijken ingesloten deel, waar men het peil
van het water naar willekeur kan regelen, noemt men
een polder. Het lage gedeelte van oiis vaderland bestaat
uit eene aaneenschakeling van polders en is dus polder-
huid. Zee, wind en stroomen betwisten den Nederlan-
der dus onophoudelijk zijn land; hij moet de dijken
herstellen en verzwaren, zoodat hij niet alleen zijn
vaderland gedeeltelijk heeft geschapen, maar tevens
voortdurend moet strijden om het te behouden. Boven-
dien heeft hij de grondsoorten zoo vermengd, dat in
de bebouwde streken de oorspronkelijke ^rond nauwe-_
lijks te herkennen is. il MD. MUS. V.Om. en ur/.
Iliviereii.
SCHOOLMUSEUM
§19. Kijn, Maas en voor een( kjemfbaSlPé^^ok
de Schelde hebben den alluvialen gröiid vaii" ons iana
gevormd. Een zoodanig land aan den mond der rivie-
ren gelegen, door hare armen in eene menigte eilanden
verdeeld en uit hare slib samengesteld is eene delta.